
In Nederland vinden jaarlijks zo’n 250.000 blikseminslagen plaats. De meeste hiervan vinden in de zomer plaats, maar ook in de winter komen onweersbuien voor.
Er zijn twee soorten blikseminslagen te onderscheiden: de wolk-aarde ontlading en de wolk-wolk ontlading. Vooral de eerst genoemde zorgt voor schades: de bliksem slaat in op een gebouw, waar het brand veroorzaakt of, wat meer voorkomt, de bliksem slaat in de buurt van een gebouw in, waarbij het schade veroorzaakt aan apparatuur.
Als u overweegt een bliksembeveiliging aan te schaffen is het voor u dus belangrijk om duidelijk vast te stellen wat u wilt gaan beveiligen: uw gebouw, uw apparatuur of beide?
Beveiliging van een gebouw Het enige risico op schade aan een gebouw wordt veroorzaakt door de directe blikseminslag op het gebouw. Dit kan brand en/of constructieve schade tot gevolg hebben. Bescherming hiertegen is te verkrijgen door het aanbrengen van een uitwendige bliksembeveiliging: het welbekende koperdraad.
Een uitwendige bliksembeveiliging wordt in Nederland vrijwel altijd ontworpen aan de hand van de norm NEN 1014 (Bliksembeveiliging). Hoewel dit geen (wettelijk) verplichte norm is, is het sterk aan te bevelen om de beveiliging volgens deze norm aan te brengen.
In de norm NEN 1014 staat nauwkeurig omschreven hoe een bliksembeveiliging moet worden aangebracht, welke materialen er gebruikt moeten worden en hoe een uitwendige bliksembeveiligingsinstallatie onderhouden dient te worden.

De opbouw van een uitwendige bliksembeveiliging Een uitwendige bliksembeveiliging dient er conform de norm globaal als volgt uit te zien:
- Een vermaasd daknet, met eventueel bijbehorende opvangers voor metalen delen. De mate van vermazing wordt voornamelijk bepaald door de beveiligingsklasse.
- De afgaande leidingen, welke aan de bovenzijde worden aangesloten op het daknet en aan de onderzijde op het aardnet. De hoeveelheid afgaande leidingen wordt bepaald door o.a. de oppervlakte van het gebouw, de hoogte en de beveiligingsklasse.
- Het aardnet, welke bij bestaande gebouwen meestal bestaat uit aardelektroden en bij nieuwbouw vaak in de fundering wordt aangebracht (= fundatie-aarding).
Beveiligingsklassen 
De norm NEN 1014 geeft een risicoklassenindeling aan, welke aan de hand van een puntentelling tot stand komt. Aan de hand van de puntentelling valt een gebouw in een bepaalde beveiligingsklasse, welke weer een (statistische) mate van beveiliging creeert.
Deze beveiligingklassen zijn:
- LP1: beveiligingsniveau van 0,5. Een uitwendige bliksembeveiliging conform klasse LP1 bestaat voornamelijk uit het aansluiten van de aanwezige stalen skeletten van het gebouw op een aardnet.
- LP2: beveiligingsniveau van 0,8. Hierbij wordt op het pand een bliksembeveiligingsinstallatie volgens de hierboven vermelde opbouw aangebracht.
- LP3: beveiligingsniveau van 0,9. De uitwendige bliksembeveiliging is gelijk aan klasse LP2, maar is uitgebreid met een eenvoudige vorm van interne bliksembeveiliging (zie het volgende hoofdstuk).
- LP4: beveiligingsniveau van 0,95. De uitwendige opbouw is qua opbouw gelijk aan klasse LP3, maar fijnvermaasder. De interne bliksembeveiliging is gelijk aan klasse LP3.
Inspectie en/of onderhoud van een uitwendige bliksembeveiliging Als u een uitwendige bliksembeveiliging heeft, is het sterk aan te bevelen deze te inspecteren op de werking. Afhankelijk van de grootte van uw gebouw zou dit maximaal elke drie jaar moeten plaatsvinden. De volgende zaken zouden uit een dergelijke inspectie naar voren moeten komen:
- Algemene staat van de installatie.
- Eventuele aanpassing naar aanleiding van een wijziging in de norm.
- Aardverspreidingsweerstand van het aardnet.
- Goed- of afkeuring van de installatie. Bij afkeuring een duidelijke reden en een advies om het aan de norm te laten voldoen.
Algemeen advies ten aanzien van uitwendige bliksembeveiliging Wij adviseren u te allen tijde een uitwendige bliksembeveiliging aan te brengen volgens de norm NEN 1014 en een bepaalde beveiligingsklasse. Een installateur zou dit ook altijd duidelijk moeten vermelden op zijn aanbieding. Het doel hiervan is tweeledig: u kunt concurrerende offertes met elkaar vergelijken en bovendien weet u goed wat u aanschaft (en dus welk beveiligingsniveau u creeert).
Samenvatting Om een gebouw tegen brand en/of constructieve schade door blikseminslag te beschermen dient er een uitwendige bliksembeveiliging te worden aangebracht. Deze zou moeten voldoen aan de norm NEN 1014, welke door middel van bepaalde beveiligingsklassen een beveiligingsniveau creeert. De uitwendige bliksembeveiliging dient geinspecteerd en/of onderhouden te worden.
Bescherming van apparatuur Tegenwoordig worden in apparatuur steeds kleinere componenten gebruikt. Deze kleine componenten zijn zeer gevoelig voor overspanningen, dus ook voor overspanningen die door blikseminslagen worden veroorzaakt.
Voor de beveiliging van apparatuur is het uitgangspunt wederom van groot belang: gaat men uit van een directe blikseminslag op het pand of slaat de bliksem in de buurt van het gebouw in? En welke apparatuur moet er beschermd worden? En het grootste probleem is: welk apparaat beveilig je en welke niet?
Om tot een reele beveiliging van apparatuur te komen hanteren veel bliksembeveiligingsbedrijven de Nederlandse Praktijkrichtlijn 8110 (Risicoklassen overspanningsbeveiliging). Ook deze NPR heeft geen (wettelijk) verplichte waarde. Gelijk als in de NEN 1014 wordt door middel van een puntentelling een apparaat in een bepaalde klasse ingedeeld. In deze klassen staan ook weer omschreven welke maatregelen er genomen moeten worden om tot een goede interne bliksembeveiliging te komen, zonder dat u extreem op kosten wordt gejaagd.

Opbouw van interne bliksembeveiliging Interne bliksembeveiliging kan het beste worden opgebouwd volgens de aanpak van de NPR 8110. Afhankelijk van de wel of niet aanwezigheid van een uitwendige bliksembeveiliging dienen er zware of minder zware overspanningsbeveiligingen aangebracht te worden op alle lange bekabeling welke het pand in of uitgaat. Denk bij lange bekabeling aan de hoofdvoeding, de telefoonaansluitingen, de CAI-aansluiting en ook bijvoorbeeld uitgestrekte terreinverlichting, vijverpompen enz. enz. De grote metalen delen dienen (afhankelijk van de grootte van het gebouw) een of meerdere malen met elkaar verbonden te worden (potentiaalvereffening).
Indien u een uitwendige bliksembeveiliging conform de norm NEN 1014 klasse LP3 of 4 heeft of laat aanbrengen dient deze vorm van interne bliksembeveiliging ook te worden aangebracht.
Specifieke belangrijke, dure of moeilijk vervangbare apparatuur dienen volgens de NPR 8110 van aanvullende overspanningsbeveiligingen te worden voorzien.
Risicoklassen De NPR 8110 heeft, zoals eerder opgemerkt, ook in indeling in risicoklassen. Middels een puntentelling zal een specifieke installatie of apparaat (let op: nooit een gebouw of een onderdeel van een gebouw!) in een van deze klassen terecht komen.
De klassenindeling gaat van klasse 1 tot en met klasse 5, waarbij klasse 5 het hoogste beveiligingsniveau creeert.
- Klasse 1: Het aanbrengen van overspanningsfijnbeveiligingen bij diverse apparatuur. In de praktijk wordt deze klasse alleen door particulieren toegepast.
- Klasse 2: Het aanbrengen van een lichte overspanningsmiddenbeveiliging op de binnenkomende bekabeling.
- Klasse 3: Het aanbrengen van een zwaardere overspanningsmiddenbeveiliging op de binnenkomende bekabeling, alsmede overspanningsfijnbeveiligingen bij specifieke apparatuur.
- Klasse 4: Het aanbrengen van een zwaardere overspanningsmiddenbeveiliging op de binnenkomende bekabeling, eventueel bij grotere afstanden aangevuld met nog een overspanningsmiddenbeveiliging, alsmede overspanningsfijnbeveiligingen op korte afstand bij specifieke apparatuur.
- Klasse 5: Het aanbrengen van een overspanningsgrofbeveiliging op de binnenkomende bekabeling, aangevuld met overspanningsmiddenbeveiligingen, alsmede overspanningsfijnbeveiligingen op korte afstand bij specifieke apparatuur. Een uitwendige bliksembeveiliging conform klasse LP4 van de norm NEN 1014.

In het algemeen kan men stellen dat het gemiddelde bedrijf met de gebouwinstallatie in klasse 2 terecht komt, en dat specifieke apparatuur in klasse 3 of 4 terecht komt.
Inspectie en/of onderhoud van een interne bliksembeveiliging Als u een interne bliksembeveiliging heeft, is het sterk aan te bevelen deze te inspecteren op de werking. De volgende zaken zouden uit een dergelijke inspectie naar voren moeten komen:
- Algemene staat van de overspanningsbeveiligingen en de potentiaalvereffening.
- Verouderingsgegevens van de overspanningsbeveiligingen.
- Bij wijziging van de installatie een beveiligingsadvies.
- Goed- of afkeuring van de installatie. Bij afkeuring een duidelijke reden en een advies om het aan de norm te laten voldoen.
Algemeen advies ten aanzien van interne bliksembeveiliging Interne bliksembeveiliging is maatwerk. Daar ieder gebouw en iedere installatie van elkaar verschillen in opzet en werking, is het dus zaak om hier grondig mee om te gaan. Wij adviseren u dan ook om te allen tijde een risico-inventarisatie conform NPR 8110 bij bliksembeveiligingsbedrijven aan te vragen. In de risico-analyse dient duidelijk te zijn omschreven welk apparaat men gaat beveiligen volgens welke klasse, en vooral: waarom dat gedaan wordt. Op deze manier is voor u en derden (verzekeringsmaatschappijen, installateurs) ook na te gaan of de analyse ook terdege is uitgevoerd en is de kans dat men iets vergeten is sterk verkleind. Bovendien zijn de bijbehorende aanbiedingen vergelijkbaar.
Samenvatting Interne bliksembeveiliging dient ter voorkoming van schade aan apparatuur en is een combinatie van overspanningsbeveiliging en potentiaalvereffening. Om een reele interne bliksembeveiliging te installeren is het te adviseren om de NPR 8110 toe te passen. Door middel van een risico-analyse, uitgevoerd door een gespecialiseerd bliksembeveiligingsbedrijf, is het mogelijk om tegen reele kosten een installatie aan te brengen.
Meer informatie Leveranciers en keuringen:
Schaap bliksembeveiliging en ontstoringstechniekVan der Heide