Een rookbeheersingsysteem moet in geval van brand de rook en warmte doeltreffend afvoeren. Zo’n systeem wordt meestal ingezet als gelijkwaardigheid voor een prestatie-eis uit het Bouwbesluit.
Rook- en warmteafvoersysteem
Een rook- en warmteafvoerinstallatie (RWA) kan meerdere doelen hebben. Bijvoorbeeld om vluchtroutes langer veilig te houden of om de kans te verkleinen dat de constructie van een gebouw bezwijkt. Ook kan het ertoe bijdragen dat de brandweer een (betere) binnenaanval kan uitvoeren en dat rook- en brandschade beperkt blijft. Afhankelijk van het doel, gelden er verschillende criteria voor de toelaatbare temperatuur, de zichtlengte in de rook en de rookvrije hoogte onder een rooklaag.
Een RWA bestaat uit een natuurlijk of mechanisch luchtafvoersysteem en een luchttoevoersysteem. Deze worden geactiveerd door een brandmeldinstallatie. Afhankelijk van de situatie zijn er één of meerdere, al dan niet bedienbare, rookschermen nodig. Het is uiteraard noodzakelijk dat al deze componenten naadloos op elkaar aansluiten.
Stuwkrachtventilatiesysteem

Naast de reguliere rook- en warmteafvoersystemen, kennen we het stuwkrachtventilatiesysteem. Deze wordt vooral toegepast in ondergrondse parkeergebouwen. De sterke stuwkrachtventilatoren zorgen ervoor dat concentraties CO, NOx (verzamelnaam voor verschillende stikstofoxiden) en LPG op een adequate manier worden afgevlakt en afgevoerd. Daarnaast heeft het systeem als voordeel dat er geen fysieke brandcompartimentering noodzakelijk is en luchtkanalen overbodig zijn.
Overdrukinstallatie

Het kan ook noodzakelijk zijn om in bepaalde ruimten van een gebouw (trappenhuizen, liftschachten) een overdrukinstallatie te installeren. In geval van brand zorgt deze installatie voor overdruk in de betreffende ruimte, zodat de rook wordt tegengehouden. Zo blijft de vluchtweg vrij van rook. Een overdrukinstallatie in trappenhuizen kan bijvoorbeeld als gelijkwaardig worden voorgesteld voor de in eerste instantie vereiste rooksluizen.
KwaliteitAlle genoemde systemen kunnen een gelijkwaardige oplossing zijn voor een in de bouwregelgeving gestelde prestatie-eis. Voorwaarde voor acceptatie is dat de installatie moet zijn voorzien van een geldig certificaat, zoals bedoeld in de Regeling Rookbeheersingsystemen 2002 van het Nationaal Centrum voor Preventie (NCP) in Houten of van een gelijkwaardig certificaat.
De volledige Regeling Rookbeheersingsystemen kunt u downloaden op de website van het
NCP.
Normen

De belangrijkste normen die van toepassing zijn op het gebied van rookbeheersingssystemen zijn:
NEN 2535 Brandmeldinstallaties; Systeem en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen
NEN 6092 Eisen en bepalingsmethode voor overdrukinstallaties in trappenhuizen
NEN 6093 Beoordelingsmethode van RWA-installaties
NEN 6098 Rookbeheersing voor mechanisch geventileerde parkeergarages
NPR 6095-1 Richtlijn voor het ontwerpen en installeren van RWA-installaties
NPR 6095-2 Richtlijn voor het ontwerpen en installeren van overdrukinstallaties
bron:brandweer.nl