
VluchtrouteaanduidingEen duidelijk zichtbare en herkenbare vluchtrouteaanduiding is van levensbelang om een gebouw te ontvluchten tijdens een calamiteit.
Verplicht of nietHet Gebruiksbesluit regelt wanneer een vluchtrouteaanduiding verplicht is. Een vluchtrouteaanduiding moet in principe aanwezig zijn in 'verkeersruimten' (gangen e.d.). Stelt het Bouwbesluit 2003 dat er in een ruimte een tweede of meerdere uitgangen nodig zijn, dan moeten ook deze uitgangen voorzien zijn van vluchtrouteaanduidingen.

Vluchtrouteaanduiding kan uitgevoerd worden als sticker of schildering. Het is van belang dat de reguliere verlichting de vluchtrouteaanduiding voldoende aanlicht. Als noodverlichting wettelijk geëist is, moet de vluchtrouteaanduiding ook voldoende aangelicht worden na stroomuitval. Vluchtrouteaanduiding wordt daarom vaak uitgevoerd als transparant met elektrische verlichting. Bijkomend voordeel is dat de transparantverlichting voldoende lichtopbrengst heeft om ook een gedeelte van het loopvlak te verlichten zodat aanvullende noodverlichtingarmaturen niet noodzakelijk zijn.
EisenVluchtrouteaanduiding moet voldoen aan de eisen gesteld in de NEN 6088 en de NEN-EN 1838. Als de netspanning geheel of gedeeltelijk wegvalt, moet de noodverlichting binnen 15 seconden ingeschakeld zijn en tenminste één uur, op de vereiste sterkte, blijven branden.
Transparantverlichting (groene bordjes bij deuren) moet altijd branden als er personen in het gebouw aanwezig zijn. In ruimten waar geen nood- of transparantverlichting verplicht is, kunt u volstaan met een vluchtwegaanduiding in de vorm van een sticker. De transparantverlichting en vluchtwegaanduidingen mogen niet aan het zicht worden onttrokken door bijvoorbeeld versiering of gordijnen.

Zichtbaarheid vluchtrouteaanduidingVoor de kleuren, luminantie (de hoeveelheid licht, die door een oppervlak wordt uitgestraald of weerkaatst), de luminantieverhoudingen en de maximale kijkafstand gelden de eisen uit NEN-EN 1838. De luminantie van elk deel van de veiligheidskleur van de vluchtrouteaanduiding moet minimaal 2 cd/m2 bedragen in alle relevante kijkrichtingen. Dit kunt u bereiken met in- of externe verlichting en / of noodverlichting.
Vluchtrouteaanduidingen hoeven dan ook niet persé inwendig verlichte armaturen te zijn. Veelal kunt u volstaan met het aanbrengen van pictogramstickers, zonodig door externe verlichting aangelicht. In ruimten waarin op grond van het Bouwbesluit een eis voor noodverlichting geldt en waarin het gebruikelijk is de normale verlichting te dimmen of uit te schakelen (theaters, bioscopen e.d.) zal het wel noodzakelijk zijn om de vluchtrouteaanduidingen als intern verlichte aanduidingen uit te voeren.